DE USS INDIANAPOLIS RAMP

 

 

Voor veel mensen is de ramp met de Titanic een van de grootste scheepsrampen uit de maritieme geschiedenis. Wie echter de ramp met de USS Indianapolis kent die plaatsvond aan het einde van de tweede wereldoorlog zal dit waarschijnlijke met gemengde gevoelens aanhoren.

 

Dit heeft niets te maken met de manier waarop beide schepen vergingen, maar eerder de wijze waarop de opvarenden van beide schepen aan hun einde zijn gekomen. Toen de Titanic zonk stierven de opvarenden binnen zeer korte tijd, of aan de verdrinking of door onderkoeling. De opvarenden van de USS Indianapolis kwamen echter op een heel andere manier aan hun einde en het is juist de wijze waarop dit gebeurde dat ronduit gruwelijk is.

 

 

Geboorte van een Portlandklasse kruiser

De USS Indianapolis begon haar loopbaan op 17 november 1932 nadat ze door de dochter van de toenmalige burgemeester van Indianapolis, Thomas Taggert, gedoopt werd en vervolgens ter water werd gelaten. Het schip was een zware Portlandklasse kruiser met een bemanning dat 1,196 man telde. President Franklin D. Roosevelt was zeer ingenomen met de USS Indiapolis en reisde zelfs verscheidene keren mee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© .S. Pacific Fleet

 

Pearl Harbor

Ten tijde van de Japanse aanval op Pearl Harbor bevond het schip zich bij het Johnston Atol waar ze bezig was met militaire oefeningen. Ze kreeg opdracht om zich per direct samen te voegen met de andere nog overgebleven marineschepen en de jacht in te zetten op het Japanse vliegdekschip dat medeverantwoordelijk werd gehouden voor de aanval. Helaas werd deze echter nooit gevonden.

 

 

Eerste zware aanval

Op 31 maart 1945 werd het schip zwaar beschadigd toen deze herhaaldelijk door Japanse jachtvliegtuigen met zwaar geschut werd bestookt. De grote klap kwam toen een Japanse Nakajima Ki-43 recht op de brug afvloog. De piloot wist alsnog op 7,5 meter hoogte zijn bom te lanceren onder zwaar vuur van de USS Indianapolis ‘s 20 mm kanonnen voordat het uiteindelijk in de zee terecht kwam.

 

De bom vloog door de mess hal, slaapvertrekken, dwars door de brandstoftanks en de kiel voordat het onder de boot tot ontploffing kwam. Als gevolg hiervan werd de kiel zwaar beschadigd en liepen de dichstbijzijnde compartimenten van het schip vol met water. Negen bemanningsleden verloren hierbij het leven.

 

Nadat er reparaties aan het schip hadden plaatsgevonden kreeg de USS Indianapolis opdracht om naar Trinian eiland te varen. Aan boord vervoerde ze een zeer geheimzinnige lading waarvan uiteindelijk zou blijken dat het hier ging om onderdelen en een lading rijke uranium, (de helft van de wereld voorraad van Uranium-235 toentertijd) van Little Boy, een atoombom die uiteindelijk op Hiroshima zou worden gedropt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kapitein Charles Butler McVay III                     Mochitsuar Hschimoto

 

 

Mochitsura Haschimoto

Haar volgende halte was Guam. De USS Indianapolis zou daar afscheid nemen van een aantal manschappen en nieuwe bemanningsleden verwelkomen. Eenmaal daar aangekomen kreeg de USS Indianpolis op 26 juli opdracht om zich bij de USS Idaho (BB-42) te voegen dat aangemeerd lag in het Leyte Gulf bij de Filipijnen. Daar moest ze zich klaarmaken voor een invasie op Japan.

 

De kruiser ging, tegen de uitdrukkelijke wens van kapitein McVay III, zonder escort op weg. Kapitein McVay III kreeg echter van tevoren wel toestemming om zelf te bepalen of het noodzakelijk was om tijdens de reis te zigzaggen, een methode die werd toegepast om aanvallen van vijandelijke onderzeeboten te verijdelen. Gedurende de tocht was het zicht echter dermate slecht dat McVay van zigzaggen afzag.

 

Halverwege haar route werd ze door Mochitsura Hashimoto gespot, de commandant van een I-58 Japanse onderzeeër. Hij gaf opdracht om torpedo’s te lanceren. Er zouden in totaal zes torpedo’s op de USS Indianapolis worden afgevuurd, twee daarvan zouden de kruiser raken.

 

De USS Indianapolis werd om precies 00.14 uur fataal geraakt. Met twaalf minuten was het voorbij en zonk de boot met 300 van de 1,198 bemanningsleden naar de diepte. De overige 900 bemanningsleden belandde zonder eten, drinken en met een chronisch tekort aan reddingsvesten en reddingsboten in het water. Kapitein Charles Butler McVay III was daar ook bij. Niemand van het thuisfront wist wat er was gebeurd en daarom werden ze ook niet gemist. Wat volgde was welhaast niet te bevatten.

 

 

Een gruwelijke werkelijkheid

Veel mannen hadden brandwonden of andere verwondingen. Mannen riepen elkaar in de duisternis en iedereen lag her en der verspreid in groepjes in het water. Ze maakten zich echter nergens zorgen over, want ze waren ervan overtuigd dat ze snel zouden worden opgepikt door de Amerikaanse Marine.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© FDR Presidential Library and Museum

 

De middag van de eerste dag na de ramp kwamen de haaien. Honderden hongerige haaien die dagenlang de drenkelingen de stuipen op het lijf joegen. Vier dagen lang werden de mannen aangevallen door de hongerige haaien. Dagen waarin de mannen wisten dat ze er waren, maar niet altijd wisten waar ze waren, wie ze zouden pakken en of zij de volgende zouden zijn om in de enorme kaken van de monsters te eindigen.

 

Ze wisten altijd wel wanneer er iemand was gegrepen want dan gilde die persoon het uit. Het was een ijzige, hysterische kreet dat door merg en been sneed. Het ging maar door, dag in dag uit. De mannen werden er gek van. Daarbij, de dagen waren heet en de nachten lang en koud en hun vooruitzichten op redding, beseften ze op een gegeven moment, zo goed als nihil.

 

Ze werden langzaamaan gek van de dorst, honger, kou, hitte en vooral van de haaien. Deze waren vooral in de late middag het meest actief. De hallucinerende mannen werden op den duur ook een makkelijke prooi. Overtuigd als ze waren dat ze de USS Indianapolis zagen, of dat ze land en zelfs reddingsboten zagen ergens in de verte, zwommen ze weg van de groep en eindigen zodoende in de hongerige kaken van een haai.

 

 

Redding

Eindelijk en pas op de 4e dag werden de drenkelingen gespot. Op 2 augustus, om 10.25 uur vlogen Luitenant Wilbur ‘Chuck’ Gwinn en zijn co-piloot Luitenant Warren Colwell met hun PV-1 Ventura toen ze de mannen spotten in het water. Ze gooiden snel een reddingsboot en een radio uit het vliegtuig en waarschuwden meteen de autoriteiten. Luitenant R. Adrian Marks kreeg vervolgens opdracht om naar de drenkelingen te vliegen en waar nodig assistentie te verlenen. Hij waarschuwde op zijn beurt de kapitein van de USS Cecil J. Doyle die meteen vaart zette richting de drenkelingen.

 

Bij aankomst zag Luitenant Marks de drenkelingen in het water liggen en begon vervolgens met zijn crew rubberboten uit het vliegtuig te gooien. Totdat hij, tot zijn afschuw, zag hoe er haaien de manschappen aanvielen. Hij besloot tegen zijn bevelen in om op het water te landen. Hij wist uiteindelijk samen met zijn eigen bemanning 56 mannen op zijn vliegtuig te trekken. Toen er geen mannen meer in het vliegtuig konden bonden zij nog meer mannen met touw vast aan de vleugels van het vliegtuig.

 

De USS Cecil zou als eerste schip op de plek arriveren. Ondanks het gevaar voor zijn eigen schip besloot Luitenant Commandant C.E. Boyd om het grote zoeklicht van de USS Cecil te gebruiken om andere schepen te leiden naar de rampplek. Voor de drenkelingen was dit het teken dat er eindelijk hulp was gekomen. Vlak nadat de USS Cecil arriveerde verschenen er nog drie anderen schepen, te weten de USS Ralph Talbot, de USS Helm en de USS Madison. Van de 900 mannen die in het water waren belandt nadat de USS Indianapolis was vergaan waren er na die 4,5 dagen nog maar 317 in leven.

 

Nasleep

Er ging een schokgolf door de marine. Het was duidelijk dat er iemand verantwoordelijkheid moest worden gehouden voor ee ramp, de goede naam van de Marine stond immers op het spel. Koppen zouden onvermijdelijk gaan rollen, dus zij die ook maar iets te maken hadden gehad in de aanloop naar de ramp toe of die mogelijk zelfs iets te verbergen hadden deden hun best om hun eigen straatje schoon te vegen. Dit hield o.a. in dat er doorslaggevend bewijs achterwege werd gehouden, waaronder het feit dat de leidinggevenden van tevoren al wisten dat er Japanse onderzeeboten in de buurt waren. Dit alles bij elkaar zou enorme consequenties hebben voor Kaptein McVay III.

 

Ondanks alle positieve ooggetuigenverklaringen van de bemanningsleden en de door de krijgsraad uitgenodigde kapitein Motshisura Haschimoto die steevast benadrukte dat het slechte zicht van die dag weinig uit zou hebben gemaakt, werd McVay zeer zwaar gestraft. Hij werd uiteindelijk geschorst.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© Rain0975

 

De twee punten waarop hij uiteindelijk schuldig zou worden bevonden waren:

 

  • het niet op tijd de opvarenden waarschuwen dat ze het schip moesten verlaten
  • het niet zigzaggen waardoor de USS Indianapolis feitelijk een makkelijk doelwit was voor een aanval. Dit terwijl McVay toestemming had gekregen om ter plekke zelf te bepalen of zigzaggen nuttig was

 

Het betekende het einde van zijn carrière bij de marine. Dit was echter niet het einde van zijn ellende. McVay III zou in de jaren daarna doorlopend venijnige brieven en telefoontjes krijgen van de familieleden van de omgekomen bemanningsleden. De ramp met de USS Indianapolis en zijn eigen gevoelens van schuld zouden hem zijn leven lang blijven achtervolgen.

 

In 1946 werd McVays straf alsnog ingetrokken door Admiraal Nimitz. Hij werd weer toegelaten tot de marine en zou er uiteindelijk blijven werken tot 1948.

 

Tot groot verdriet van de nog overgebleven bemanningsleden van de USS Indianapolis pleegde Kapitein Charles Butler McVay III in 1968 zelfmoord. Zij zouden jarenlang onophoudelijk blijven strijden voor het herstel van de goede naam van hun kapitein.

 

Voor meer informatie over de USS Indianapolis en de rechtzaak tegen kapitein McVay kun je terecht bij de Amerikaanse website ussindianapolis.org. De site is in 1998 opgezet om het verhaal van de USS Idianapolis te vertellen evenals een memorial aan de omgekomen zeelieden en het verhaal te vertellen van de schandalige behandeling door de marine van hun kapitein, kapitein McVay.