PINGUÏNS VAN DE ANTARCTICA

 

 

Veel mensen zullen misschien beelden van de film Happy Feet voor ogen zien als ze aan pinguïns denken. Het kenmerkende zwart met witte veren, de korte, stompe vleugels en de waggelende loop zijn inderdaad kenmerken van een pinguïn, alleen leven niet alle pinguïns op Antarctica.

 

Er zijn in totaal 17 soorten pinguïns en zes daarvan leven inderdaad onder ijskoude omstandigheden, al moet gezegd worden dat er maar twee soorten pinguïns zijn, de Keizerspinguïns en de Adéliepinguïn, die letterlijk onder de meest erbarmelijke ijskoude temperaturen kunnen leven.

 

Uiteraard zijn pinguïns zo ontwikkeld dat ze koude temperaturen kunnen weerstaan, anders zou er geen een meer in leven zijn. Hoe pinguïns precies gebouwd zijn, wat ze eten en hoe ze zich voortplanten kun je allemaal hier lezen bij Wereld van de Haai.

 

 

PINGUÏNSOORTEN OP ANTARCTICA

 

 

De ontdekking van de pinguïn

Het ontdekken van pinguïns wordt toegeschreven aan sowieso drie Portugezen uit de vijftiende eeuw. Europeanen hadden nog nooit een pinguïn gezien laat staan van ze gehoord en ze waren dan ook nogal verbaasd toen ze ze zagen. De Portugezen waren volop bezig met hun ontdekkingsreizen toen een van de ontdekkingsreizigers, Bartholomeu Diaz, met zijn schip de meest zuidelijke punt van Afrika aandeed, wat nu Kaap de Goed Hoop is. Hier zou Bartholomeu als de eerste Portugees pinguïns hebben gezien.

 

De ontdekking van de pinguïn wordt echter ook toegekend aan de ontdekkingsreiziger Ferdinand Magelhaes. Hij voerde met zijn vloot de wereld rond en moest door voedseltekort noodgedwongen stoppen in een baai in Patagonië, het huidige Puerto San Julien.

 

Nog een Portugees die de pinguïns zou hebben ontdekt is Vasco da Gama. De ontdekkingsreiziger voer met zijn schip langs de kust van Zuid-Afrika en stopte bij Mosselbaai. Daar zag hij tot zijn verbijstering volgens eigen zeggen 'de meest vreemde vogels' dat hij ooit had gezien. Een van zijn bemanningsleden schreef er in zijn dagboek over: 'er zijn vogels zo groot als eenden, maar ze kunnen niet vliegen en ze balken net als ezels...'

 

Mogelijk ging het hier om Afrikaanse pinguïns, maar echt zeker is niemand hierover. Wel moet gezegd worden dat het hoogstwaarschijnlijk wel zo is.

 

 

Pinguïns vervangen een keer per jaar al hun veren. Voordat het zover is zorgen ze ervoor dat ze een extra dikke vetlaag hebben, 50% - 70%. Het vervangen van de veren duurt 2-3 weken. Ze moeten dus genoeg extra vet hebben om die periode te overbruggen, want zonder hun veren kunnen ze niet zwemmen, en niet zwemmen betekent ook niet eten.

 

 

Bouw

Er zijn 17 verschillende soorten pinguïns wereldwijd. Dat zijn er aardig wat. Alle 17 pinguïns leven in het zuidelijk halfrond behalve dan de Galapagos pinguïn die dichter bij de evenaar leeft, bij Galapagos. Zes van die 17 pinguïnsoorten leven in het ijskoude Antarctica.

 

De pinguïn is bij uitstek perfect gebouwd om de koude temperaturen de baas te kunnen. Ze hebben een dikke verenlaag en daaronder nog een dikke vetlaag dat ze beschermt tegen de kou.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto © Christopher Michel

 

 

Lichaamsbouw van een pinguïn

1.

De pinguïn heeft zonder meer een stel goede ogen nodig. Hij is er tenslotte geheel van afhankelijk en slechte ogen betekenen een verminderde kans om te overleven in de natuur. Een pinguïn brengt hooguit 50% van zijn leven op het land door, de overige 50% leeft hij in het water. Zijn ogen moeten daarom zowel onder water alsook op het land goed kunnen zien. Dit heeft de natuur zoals altijd prachtig opgelost. Anders dan bij mensen heeft de pinguïn een plat hoornvlies. De spieren in zijn oog zijn zodanig ontwikkeld dat de oogbol onderwater van vorm kan veranderen waardoor zijn visie scherper wordt. Ook reflecteert de oog het licht minder sterk dan bij ons.

 

De snavel van een pinguïn is bijzonder geschikt om mee te jagen op vis en kreeftachtigen. Verder gebruikt hij zijn snavel om zichzelf mee te verzorgen en zijn buurtjes van zich af te slaan wanneer ruimte een issue is.

 

De oren van de pinguïn zitten op dezelfde plek als die van ons, alleen hebben pinguïns inwendige gehoororganen. Hun gehoor is van zeer groot belang, zeker in een kolonie. Zo kunnen ze middels hun gehoor hun partner en hun jong traceren tussen de duizenden andere pinguïns.

 

2.

Het lichaam van de pinguïn is helemaal bedekt met een zeer dichte laag met veren. Deze veren bieden in de eerste    instantie een uitstekende isolatie tegen de kou. Daarnaast zorgt hun verendek samen met hun gestroomlijnde lichaamsbouw ervoor dat ze snel kunnen zwemmen in het water. Dit is niet alleen van levensbelang wanneer ze zelf opgejaagd worden als prooi, maar ook wanneer ze zelf op jacht gaan. Hun snelheid hebben ze echter ook nodig wanneer ze zichzelf uit het water lanceren om op het ijs te springen.

 

Voor een pinguïn is het op peil houden van hun verendek enorm belangrijk, het is zelfs van levensbelang, want alleen een goed verzorgd verendek kan hen beschermen tegen de zeer extreme kou. Ze besteden er daarom altijd veel aandacht aan. Wist je trouwens dat pinguïns de meeste veren hebben per vierkante centimeter van alle vogels ter wereld? De veren zijn dan ook anders dan die van andere vogels. Het stukje van de veer dat dicht bij de huid zit is donzig van structuur waardoor deze voor extra isolatie zorgt.

 

De kleuren van de pinguïn zijn helemaal ingesteld op hun dagelijkse bestaan. Het zwart op de rug zorgt ervoor dat ze van bovenaf gezien redelijk onzichtbaar zijn in het water en hun witte buik maakt ze weer onzichtbaar vanaf de zeebodem gezien. Verder zijn de kleuren van de pinguïn ook goed voor camouflage.

 

3.

We gaan er nu van uit dat pinguïns vroeger konden vliegen, maar tegenwoordig kunnen ze dat absoluut niet. Hun veer-arme vleugels zijn daar eenvoudigweg niet meer voor geschikt. Hun vleugels zijn echter onmisbaar in het water, want ook al vliegen ze nu niet meer in de lucht, ze zijn vliegensvlug onderwater! Een Koningspinguïn kan bijvoorbeeld 8 km per uur zwemmen. Verder, de Keizerpinguïn haalt 7,5 km. per uur, de Kinbandpinguïn haalt snelheden tot 32,3 km. per uur en de Ezelpinguïn is de snelste van allemaal met een snelheid van 36 km. per uur!

 

4.

Hier zit de huidplooi bij de pinguïns. Mannetjes pinguïns broeden hun ei uit onder deze huidplooi waar het lekker warm en veilig is. Keizerspinguïnen broeden twee maanden lang. Gedurende deze tijd blijven ze altijd bij hun ei. Dat houdt dus in dat ze ook niet op jacht kunnen en dus noodgedwongen moeten vasten totdat het kuikentje wordt geboren en het vrouwtje weer terugkeert. Gelukkig kunnen Keizerspinguïns teren op hun vetlaag. Om warm te blijven bij zeer koude temperaturen schuiven ze regelmatig heen en weer en veranderen ze ook regelmatig van plek zodat pinguïns die aan de buitenkant van de groep staan naar binnen kunnen schuiven. Lopen zit er helaas niet in terwijl er een groot ei bovenop hun voeten balanceert. De jonge kuikens worden hier ook na hun geboorte hier lekker warm en veilig beschermd tegen de kou.

 

5.

 

Waar zou een pinguïn zijn zonder zijn staart en benen? Nou, nergens eigenlijk, want hij heeft zijn staart nodig voor diverse dingen. Om te beginnen wordt hun staart gebruikt om tijdens het zwemmen mee te sturen. Ze kunnen hiermee snelle toeren uithalen zoals bochten maken en zelfs zichzelf ermee uit het water lanceren. Daarnaast wordt de staart gebruikt om het evenwicht te bewaren op het land. Onder de staart bevindt zich een dubbele zak dat niet groter is dan een erwt. Dit is de stuitklier. Deze stuitklier produceert stuitvet dat door de pinguïn gebruikt wordt om zijn verendek mee in te smeren. Het stuitvet wordt speciaal gebruikt om het verendek droog te houden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto © StormPetrel1

 

Waggelen

Het is heel logisch wanneer je denkt dat pinguïns geen lange benen hebben en dat ze vanwege hun 'korte' benen gedwongen worden om te waggelen. Fout. Pinguïns hebben namelijk gewoon lange benen, net als wij, alleen zie je deze niet, ze zitten verstopt achter een dikke laag isolerende veren. In feite, de benen zijn zelfs redelijk lang, ongeveer 40% van hun algehele lengte. De reden waarom een pinguïn waggelt heeft te maken met energiebesparing. Sommige onderzoekers denken dat de weggestopte benen van een pinguïn hem ook helpt om warmte vast te houden. Verder verhoogt het waggelen ook hun massamiddelpunt waardoor er minder druk op hun spieren komt te staan.

 

De 'onderbenen' van een pinguïn zijn natuurlijk niet lang en hun voetjes zijn in verhouding vrij groot. Dit maakt het lopen moeilijk. Je moet het zo zien, wij hebben de beschikking over de volle lengte van onze benen, de pinguïn heeft hooguit de beschikking over een derde hiervan. Wij kunnen door de lengte van onze benen grotere stappen maken. Pinguïns kunnen dit weer niet. Om toch nog te wandelen en hierbij zoveel mogelijk energie te besparen schommelen ze van links naar rechts. Al lijkt het schommelen weinig uit te maken, elke seconde dat een pinguïnbeen in de lucht hangt scheelt de pinguïn weer energie.

 

 

Leefgebied

Al deze pinguïns leven op het ijskoude Antarctische continent. Dit continent is zeer groot, 13,829,430 km2, en is voor ruim 95% bedekt met ijs. De rest van Atarctia, 44,890 km2, is ijsvrij. Nu zijn de pinguïns gelukkig goed ingesteld op extreme temperaturen, want anders zou er geen pinguïn de kou overleven. Het betekent echter ook dat hun hele leven zich afspeelt rondom ijs, sneeuw, wind en kou.

 

Wat veel mensen misschien niet weten is dat er pas voor het eerst in 1821 iemand voet zette op het Antarctische continent. De zuid pool zou zelfs pas in 1911 voor het eerst worden betreden. Antarctica is niet alleen groot, het heeft ook een variabel landschap. Je vindt er woestijn, bergen, plateaus, valleien, grote grasvelden en Nunatak. Een Nunatak is een berg waar geen sneeuw of ijs op ligt.

 

Google Streetview heeft een stukje Antarctica gefilmd. Ben je ernaar benieuwd? Klik hier om het te zien!

 

 

De Antarctica is een gebied van extreme temperaturen. De laagste temperatuur die ooit in dit gebied werd gemeten was maar liefst -89.2°C. Hier vind je ook het meest winderige deel van de wereld met gemiddelde windsnelheden van 37 km/h. Uiteraard, waar wind is heb je ook windvlagen en die zijn hier bepaald niet voor de poes. De tot nu toe hoogst gemeten windvlaag was maar liefst 248.4 km/h! Om deze erbarmelijke weersomstandigheden alsnog de baas te kunnen hebben sommige pinguïnsoorten hun heil gezocht in een baai, de Rosszee. Hier genieten ze enigszins nog wat bescherming.

 

 

Pinguïnvoetjes op het ijs

Hoe houdt een pinguïn het in hemelsnaam uit om urenlang op het ijs te staan zonder dat zijn voetjes bevriezen? Ook hier weer heeft de natuur een slimme oplossing voor gevonden. Het heeft alles te maken met de bloedtoevoer van de pinguïns te maken. Dit proces heet 'Rete Mirabile'

 

Pinguïns hebben net als wij bovenbenen en knieën, maar deze zitten weggestopt onder een dik pak veren, vandaar dat je ze ook niet ziet. Dit is ook de reden waarom pinguïns waggelen. Bovenaan de benen zitten warmte regelaars. Dit klinkt misschien een beetje raar, maar dat is het niet. Kijk maar:

 

Pinguïns kunnen heel goed hun temperatuur zelf op peil houden. De gemiddelde lichaamstemperatuur van een pinguïn is doorgaans 39 graden. Doordat pinguïns geen veren, vet of donshaar op hun voetjes hebben om ze te beschermen tegen de kou,moet de warmte ergens anders vandaan komen. Pinguïns doen dit door de aders vanaf hun bovenbenen te vernauwen waardoor de bloedtoevoer afneemt. Feitelijk gebeurt het omgekeerde als het warm is, want dan wordt de bloedtoevoer juist weer verhoogd wanneer de bloedvaten wijder zijn. In de voetjes van de pinguïn zit een complex gangenstelsel aderen die koud en warm bloed op en afvoeren. Koud bloed dat weer terugvloeit naar boven wordt weer opgewarmd door het warme bloed in de aangrenzende aders.

 

Het is dus in feite een wisselwerking. Als extra bescherming voor bevriezing van de voetjes worden deze standaard bij ijskoude temperaturen circa twee graden boven het vriespunt gehouden. Wordt het echt heel koud onder de voetjes, dan buigen de pinguïns gewoon naar achteren waardoor hun gewicht op hun hielen komt te liggen. Omvallen doen ze echter niet omdat hun staart dan werkt als stut.

 

Onder dit soort extreme weertypen leeft onze kleine en zeer wonderbaarlijke vriend de pinguïn. Je kan er alleen maar respect voor hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto © laikolosse

 

Voedsel

Pinguïns in de Antarctica eten voornamelijk krill. Krill zijn kleine kreeftachtige diertjes. Misschien ken je ze onder hun andere benaming: lichtgevende garnalen. De grootste pinguïnsoorten, de Keizers- en Koningspinguïn, eten inktvis, krill en vis.

 

Voortplanting

Pinguïns zijn eigenlijk heel komische dieren. Wie de tijd neemt om ze te observeren zal algauw het idee hebben dat je naar een slapstick kijkt. Neem bijvoorbeeld het leven in een kolonie. Het is er een verschrikkelijke herrie, het stinkt en ben je net op het verkeerde moment op de verkeerde plek, dan heb je ook nog kans dat je de feces van je buurman of buurvrouw over je heen krijgt. Daarnaast, vechten en stelen van elkaar is ook een favoriete bezigheid. Een pinguïn kolonie is zelfs vanuit de ruimte gemakkelijk te herkennen aan de verkleuring van het ijs dat veroorzaakt wordt door doodgewone ordinaire pinguïn poep!

 

Wanneer de tijd gekomen is om een partner te zoeken wordt de chaos in een kolonie nog erger. Zeker bij de Adelinepinguïns en de Kinbandpinguïn, want wanneer zij eenmaal op zoek gaan naar een partner gaat het er zeer luidkeels aan toe. En dat in een kolonie met duizenden pinguïns!

 

Pinguïns zijn over het algemeen monogaam, ze blijven hun leven lang bij hun partner. Alleen de Keizerspinguin heeft elk jaar een ander partner. Dit heeft alles te maken met de noodzaak om voor voortplanting te zorgen waardoor er weinig tijd overblijft om op de oude partner te wachten.

 

Het zoeken naar een partner begint vanaf het moment dat alle pinguïns zich op het droge verzamelen. Degenen die al een partner hebben zoeken elkaar gewoon weer op, weer anderen moeten nog op zoek. Pinguïns die geen partner kunnen vinden genieten nog even van het vrijgezellenleventje en 'chillen' gewoon nog een jaartje langer.

 

 

Vlak voordat een pinguïn zich uit het water lanceert komen er luchtbellen uit zijn veren. De pinguïn zal lucht uit zijn veren afstoten om zodoende minder weerstand te hebben en zal op deze manier zijn snelheid verhogen. Door de lucht uit hun veren af te stoten kunnen ze zich tot wel drie keer zo snel verplaatsen.

 

 

Nestje

Dan volgt de volgende fase, er moet nu namelijk een nest gebouwd worden. Dit is de taak van de aanstaande papa. Hij zal zijn nest van kiezelsteentjes bouwen. Het is dus een heen en weer geren om de juiste steentje te vinden. Soms willen ze hun nest nog een beetje verfraaien met schelpjes. De nestjes worden bewust iets hoger gebouwd om te voorkomen dat er water bij kan komen wanneer het gaat dooien. Alleen de Keizers- en Koningspinguïn maken geen nestje omdat ze de ei tijdens het broeden op hun voetjes hebben liggen om het middels hun huidplooi warm houden.

 

Binnen een kolonie bevinden zich ook werkschuwe pinguïns... Ja, ook pinguïns lijden aan gemakzucht. Zoeken naar steentjes voor hun nest is dan schijnbaar niet hun lievelingsbezigheid en daarom stelen ze gewoon lekker de steentjes bij de buurman vandaan. Eigenlijk gebeurt dit regelmatiger dan je denkt. Steentjes worden ook gestolen wanneer een ei door een aaseter wordt weggepikt of wanneer een kuiken komt te overlijden.

 

Van alle pinguïnsoorten leggen alleen de Keizers- en Koningspinguin een enkel ei, de andere leggen er twee. Het tijdsbestek waarop een pinguïn een ei uit moet broeden varieert tussen 32 - 68 dagen, afhankelijk van de grootte van het ei. Alleen de mannetjes van de Konings- en Keizerspinguïn broeden zelf de ei uit, bij de andere pinguïnsoorten is het een gezamenlijke aangelegenheid.

 

Eitje

Wanneer alle nesten eenmaal gebouwd zijn begint het leggen. In deze fase van het broeden is het heel erg belangrijk dat het ei beschermd wordt tegen de kou door het goed warm te houden. Wanneer dit om welke reden niet gebeurt bevriest het ei en dan is het meteen afgelopen met de kuiken. Tijdens het broeden zijn de pinguïns zeer beschermend naar hun ei toe en hebben ze daarom weinig op met ongewenste bezoek. Ze zullen er dan niet voor terugdeinzen om hun vlijmscherpe snavel te gebruiken of om meppen uit te delen met hun vleugels.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het mannetje en het vrouwtje zullen op hun ei blijven zitten totdat het uitkomt of totdat ze dringend moeten eten. Dit kan gebeuren doordat de partner niet of op tijd terugkomt of zelfs helemaal niet meer terugkomt. Alleen de Keizersspinguïn moet het zonder voedsel doen totdat het vrouwtje terugkomt. Hier kan soms twee maanden overheen gaan, dus de Keizerspinguïn is aangewezen op zijn vetlaag om die twee maanden te overbruggen. Dit is duidelijk zichtbaar naderhand, want hij verliest maar liefst 50% van zijn gewicht. De andere pinguïns broeden om beurten zodat er telkens een van de pinguïns op jacht naar voedsel kan. Overigens, bij Keizers- en Koningspinguïns rust het ei op hun voeten, knusjes warm gehouden onder de huidlaag. Bij de Keizerspinguïns lopen de min temperaturen tijdens het broeden algauw op tot - 70 graden!

 

Kuikentje

Wanneer het kuikentje eenmaal is geboren breekt wederom een kwetsbare tijd aan voor het jong. Onderkoeling is standaard een probleem, want kuikentjes kunnen zichzelf echt nog niet warm houden. Ze hebben vlak na hun geboorte nog geen vetlaag of verenpak dat hen beschermt tegen de elementen. Ze zijn hierin nog volledig afhankelijk van hun ouders. Kuikentjes kunnen daarom nooit worden alleen gelaten.

 

De kuikens zijn bij hun geboorte blind en doof. Ze kunnen hun spieren ook nog niet goed beheersen. Verder hebben ze geen dons laag op hun lichaam, maar vergis je niet, de dons laag biedt nog steeds geen optimale bescherming tegen de koude elementen. Wanneer de kuikens daarom dons op hun lichaam hebben moeten ze alsnog door hun ouders op temperatuur worden gehouden.

 

Naast de natuurlijke elementen worden de kuikentjes ook nog bedreigd door aasgieren. De ouders kunnen hun jong hierom nooit uit het oog verliezen, want geheid dat er een vogel of ander hongerige dier het jong ineens wegpakt. Meer hierover later bij 'Natuurlijke vijanden'.

 

Als er twee kuikentjes worden geboren en het voedsel is schaars, dan zullen de ouders ervoor kiezen om alleen het sterkste pinguïn jong te voeden. Dit lijkt erg hard, maar de natuur dicteert nu eenmaal dat alleen de sterkste dieren het kunnen overleven. De ouders voeden de kuikens middels regurgitatie. Ze halen dus het voedsel uit hun eigen maag omhoog en voeren dit dan aan hun jong.

 

Eenmaal oud genoeg zijn worden de kuikens ondergebracht in een crèche dat onder het toeziend oog van een aantal volwassen pinguïns staat. Dit biedt enige bescherming tegen de kou en aaseters en geeft tevens de ouders ruimte om op jacht te gaan naar voedsel.

 

Natuurlijke vijanden

Ook pinguïns hebben natuurlijk vijanden. Zeker de jonge kuikentjes zijn wat dit betreft zeer kwetsbaar. Pinguïns moeten vooral op hun hoede zijn voor zeehonden, orka's en haaien. Op het land hebben pinguïns weinig te vrezen van natuurlijke vijanden, maar ze moeten wel altijd op hun hoede zijn voor zeevogels zoals jagers en reuzenstormvogels. Deze vogelsoorten stelen eieren en kuikentjes uit hun nesten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© Christopher Michel

 

Relatie tot de mens

Mensen kunnen op verschillende manieren de natuurlijke balans binnen de leefwereld van pinguïns flink verstoren. Naast het grote plaatje van bijvoorbeeld het gat in de ozonlaag, overbevissing, olie in zee etc. heb je ook nog het ongewenste contact tussen pinguïns en mensen. Dit kan het gevolg zijn van toerisme; mensen die pinguïns aan het schrikken maken waardoor ze vluchten en hun ei of kuikens onbeschermd achterlaten.

 

Echter, de vele wetenschappelijke gebouwen die op Antarctica worden bijgebouwd kunnen ook voor veel onrust zorgen. Zo moeten de gebouwen in sommige gevallen bijvoorbeeld gemakkelijk bereikbaar zijn vanaf de zee. Hiermee betreden ze, bewust of onbewust, het leefgebied van de pinguïns. Daarnaast, waar mensen zijn wordt er natuurlijk ook geleefd. Dit houdt in; auto's, elektriciteit, vliegtuigen, snowmobiels, afvalstoffen etc. Geen van dit alles is goed voor de pinguïns. Ze raken niet alleen hun natuurlijke leefgebied kwijt, maar ze worden ook nog geconfronteerd met de onrust die mensen met hun leefomstandigheden met zich meebrengen.