IJSBEER

Een ijsbeer ziet er zo zacht en knuffelig uit dat je niets anders zou willen dan in zijn grote armen kruipen voor een heerlijke berenknuffel. Helaas is dat dan ook meteen het laatste wat je doen zal op deze aardbol, want een knuffel met een ijsbeer garandeert onherroepelijk een enkele reis naar het hiernamaals. Ijsberen zien er misschien wel onschuldig uit, maar dat zijn ze niet, behalve dan als je hun eigen jong bent en zelfs dan heb je nog geen garanties. In 2010 in Dierenrijk in Neunen at de 24-jarige ijsbeer Beja haar eigen pasgeboren jong op.

 

 

Bouw

Een ijsbeer, Ursus maritimus, is herkenbaar aan zijn enorme lichaam, witte vacht en zijn prachtige kop. In het Engels wordt deze beer door sommigen de 'Lord of the Arctic' genoemd. Dit diersoort is bij uitstek gebouwd om in zeer koude klimaten te kunnen overleven. Hun hele gestel is ingesteld op de meest onherbergzame gebieden met temperaturen die zo gevaarlijk zijn voor mensen dat je zonder goede isolatie binnen de kortste keren de dood in de ogen kijkt. Daar heb je echt geen ijsberenknuffel meer voor nodig. Laten we eens kijken naar de bouw van een ijsbeer...

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.

Alle beren hebben tanden, dus ook de ijsbeer, echter die van de ijsbeer zijn langer dan die van zijn familielid de bruine beer. Ijsberen hebben in totaal 42 zeer scherpe tanden die ze gebruiken om mee te jagen en te eten.

Het reukzintuig van een ijsbeer is fenomenaal. Zo kan deze goed ontwikkelde reus op maar liefst 1,6 kilometer geuren waarnemen. Sommige bronnen vermelden zelfs dat ijsberen zeehonden vanaf 32 kilometer kunnen waarnemen. Een sterk reukzintuig heeft twee voordelen; ze kunnen gevaar sneller waarnemen en ze zijn hierdoor heel goed in staat om een prooi op te sporen.

 

De oren van de ijsbeer zijn klein, maar vergis je niet, ze kunnen uitstekend horen. Dat ze klein zijn is niet zo vreemd als je bedenkt dat dit een kwetsbaar lichaamsdeel is. Het kleine formaat van zijn oren helpt de ijsbeer nog beter om warmte vast te houden.

 

2.

De poten van een ijsbeer zijn enorm. Ze zijn bijzonder goed ontwikkeld om over de sneeuw te lopen en om mee te zwemmen. Ijsberen kunnen tot wel bijna 10 kilometer per uur zwemmen. Ze kunnen ook grote afstanden afleggen en zijn zelfs gespot op 321 kilometer vanaf het vast land in zee. Met hun poten kunnen ze krachtige slagen maken en ze zwemmen net als honden dat doen. IJsberen kunnen overigens ook heel goed drijven dankzij de enorme dikke speklaag die ze hebben.

 

De poten van de ijsbeer zijn circa 30 cm breed, ideaal om mee over het ijs te lopen. Om hun gewicht te compenseren zakken ze iets door hun gespreide benen heen. De voetzolen zijn ruw omdat ze bedekt zijn met papillen, wat een andere benaming is voor knobbels. De zolen zijn zwart en de tenen bevatten elk een lange, zeer scherpe nagel, 5 cm lang, dat voor nog meer grip zorgt op het ijs. Ook worden de klauwen gebruikt tijdens de jacht. Beharing tussen de teentjes zorgt voor nog meer isolatie tegen de kou.

IJsberen zijn verder verrassend snel op het land en kunnen snelheden behalen tot circa 55 km per uur. De snelheid gebruiken ze vaak wanneer ze een verrassingsaanval uitvoeren op hun prooi.

 

3.

Ijsberen hebben kleine staarten. Een kleine staart helpt, net als de kleine oortjes, om goed te isoleren.

 

4.

Het lichaam van een ijsbeer is lang. IJsberen kunnen enorm groot worden. Wanneer ze staan kunnen ze tot wel 3 meter lang worden. Dit maakt ze een van de grootste landdieren ter wereld. Ze kunnen een maximaal gewicht bereiken van 1000 kilo. Vrouwelijke ijsberen zijn doorgaans kleiner dan de mannetjes met een lengte van 2,5 meter en 250 kilo. De grootste ijsbeer die tot nu toe is gevonden werd helaas door Shelby Longoria in 1963 tijdens de jacht doodgeschoten in Kotzebue, Alaska. De IJsbeer was ruim 3,3 meter lang en woog ruim 1000 kilogram.

 

Het lichaam van de ijsbeer is bedekt met een dikke huid. Daarnaast heeft hij een dikke vetlaag, 11 cm dik, dat hem nog meer beschermt tegen de extreme kou. Voor nog meer isolatie heeft hij een zeer dikke ondervacht die hem zo goed beschermt tegen de kou dat hij het zelfs warm krijgt wanneer hij rent. De ijsbeer niet bang te zijn dat hij het koud krijgt, de natuur heeft hem alle benodigde middelen gegeven die hij nodig heeft om de zeer strenge winters te overleven.

 

Ook al zeggen we dat een ijsbeer een witte vacht heeft, het klopt niet helemaal. De vacht van een ijsbeer is eigenlijk gelig van kleur. De gelige kleur komt vermoedelijk door de opgenomen oliën van dode zeehonden die de ijsberen eten. Toch hebben ijsberen af en toe wel degelijk een spierwitte vacht. Dit gebeurt echter meestal nadat ze hun oude vacht verliezen en een nieuwe vacht daarvoor in de plaats krijgen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© Ronald Woen

 

Leefgebied

IJsberen zijn afhankelijk van genoeg voedsel en een voor hen gunstige klimaat. Het spreekt voor zich dat hun leefgebied hierop is afgestemd. De grootte van de leefgebieden wisselen naarmate ze bevriezen en dooien naar gelang het seizoen.  Desalniettemin is dit wel het leefgebied van de ijsbeer. Wanneer er ijs ligt zal een ijsbeer grotere afstanden afleggen om voedsel te vinden dan wanneer er geen ijs ligt. Hierdoor zijn ijsberen ook niet territoriaal zoals bij andere beren het geval is.

 

IJsberen leven in en rondom de noordpool. Je komt ze nergens anders tegen. Ze wonen in de noordelijkste gebieden van Amerika, Europa en Azië. Het grootste gebeid bestaat uit water, de Noordelijke IJszee om precies te zijn. De Noordelijke IJszee bevriest helemaal gedurende de winter en dooit langs de landsgrenzen van Amerika, Europa en Azië helemaal weg gedurende de zomer. Hierdoor blijft alleen nog het middengedeelte van de Noordelijke IJszee bevroren. Het overgebleven ijs is vele malen dikker dan elders.

 

IJsberen leven voornamelijk daar waar er naast ijs ook water ligt. Dit is namelijk het leefgebied van zeehonden die zelf afhankelijk zijn van visvangst voor hun eigen consumptie. Er is weinig tot geen zoetwater in deze gebieden en wat er wel is, is meestal bevroren ijs. Dit vormt op zich geen belemmering voor de ijsbeer, hij haalt dit broodnodige vocht namelijk uit de lichaamssappen van gedode zeehonden.

 

 

Voedsel

Zeehonden, zeehonden en nog eens zeehonden. Het lievelingsgerecht van de ijsbeer is eigenlijk heel eenvoudig. Heel soms zullen ze zich tegoed doen aan een walrus, maar de kans dat de ijsbeer flinke verwondingen oploopt tijdens een confrontatie met deze boze tientonner met zijn enorme slagtanden is eigenlijk te groot en daarom voor de ijsbeer niet de moeite waard. Vergeleken daarbij is een zeehond dan net een zachtaardig poesje.

 

Een ijsbeer is een gehaaide jager. Hij is ook nog eens een zeer geduldige jager die zo lang als nodig is bereid is om heel stil naast een gat in het ijs te blijven staan totdat een onvoorzichtige zeehond zijn kop omhoogsteekt en hij hem bij zijn hoofd grijpt met zijn scherpe tanden en zijn hoofd verbrijzelt tussen zijn sterke kaken.

 

Deze jachttechniek vergt een goed reukzintuig. De ijsbeer kan namelijk precies ruiken waar er zich een gat in het ijs bevindt, en sterker nog, wanneer er zich een zeehond in een gat in het ijs bevindt. De ijsbeer weet als geen ander dat een zeehond op een gegeven moment omhoog moet komen om weer te kunnen ademen en dat het daarom gewoon een kwestie is van afwachten om dan vervolgens toe te slaan.

 

Wanneer een ijsbeer alsnog de jacht opent op een walrus gebruikt hij daarbij een heel andere jachttechniek, die van de verrassingsaanval. Hij zal op een groep walrussen afstormen om zodoende chaos in de groep creëren. Een walrus zal instinctief zijn toevlucht zoeken tot het water wanneer er gevaar dreigt. Door de ontstane chaos komen de nog jonge walrussen in de verdrukking of worden ze door hun soortgenoten verpletterd, vaak met de dood tot gevolg. Een makkelijke maaltijd bij uitstek voor de ijsbeer, maar nog altijd eentje waar een duur prijskaartje aan hangt als het misgaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© Ronald Woen

 

 

Voortplanting

IJsberen brengen het grootste gedeelte van hun leven alleen door. Ze zoeken elkaar alleen op om te paren en wat het vrouwtje betreft, wanneer ze voor haar welpen zorgt. Het mannetje zal alleen paren met een vrouwelijke ijsbeer zonder jong, moeders met jong worden door mannetjes nooit benaderd. Dit komt omdat een moeder gedurende de tijd dat ze voor haar jong zorgt geen eisprong krijgt.

 

 

Weetje...

Mannetjes kunnen soms afstanden afleggen tot wel 100 km.  wanneer ze een vruchtbaar vrouwtje op het spoor zijn

 

 

Een mannetjes ijsbeer wordt op 6-10 jaar geslachtsrijp, een vrouwtje iets eerder met 6-8 jaar. Vanaf het voorjaar, tussen april - juni, wanneer de sneeuw begint te smelten, zal een mannetje op zoek gaan naar een vrouwtje. Hij doet dit door gebruikt te maken van zijn reukzintuig. Hij kan dankzij zijn neus de geur van een vrouwtje oppakken, maar daarnaast kan hij haar ook opsporen door haar pootafdrukken te volgen. Het mannetje zal zijn zoektocht voornamelijk op het ijs uitvoeren nabij jachtgebieden waar genoeg zeehonden te vinden zijn. Hier zullen de ijsberen ook paren. Het mannetje zal daarna hooguit een paar dagen bij het vrouwtje blijven om dan uiteindelijk in zijn eentje weer zijn eigen weg te gaan.

 

Eenmaal bevrucht zal het vrouwtje zich vol eten om zodoende een flinke vetlaag op te bouwen. Ze zal alles bij elkaar circa 200 kilo aankomen. Dit extra gewicht zal ze gedurende de wintermaanden hard nodig hebben om voor haar welpjes te zorgen. In het late najaar moet ze een geschikte hol graven waar zij en haar pasgeboren jong gedurende de wintermaanden beschut zijn tegen de kou.

 

De temperatuur binnenin het hol blijft meestal op gemiddeld 0 graden hangen. Dit is weliswaar nog steeds koud, maar gezien de extreme temperaturen buiten haar hol mag dit gezien worden als zeer comfortabel. Het hol bouwt ze overal, langs de kust, bij rivierbeddingen, op het bevroren ijs of zelfs bij de heuvels. Het hol is groot genoeg om haarzelf en haar welpjes knusjes te behuizen. Eenmaal in haar holletje zal de sneeuw een isolerende ruimte creëren wanneer deze de toegang tot haar hol helemaal afsluit. Na circa twee maanden worden haar welpjes geboren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dankzij haar opgebouwde vetlaag heeft ze genoeg voeding om haar welpen de eerste maanden van hun jonge bestaan in leven te houden. Dit melk heeft een zeer hoge vetgehalte, circa 31%. Ze voedt haar welpen gedurende 20 maanden, maar zelf zal ze niets eten totdat ze in maart - april weer tevoorschijn komt uit haar hol.

 

Een vrouwtje bevalt doorgaans van 2 welpjes, maar families van een of drie welpjes komen ook voor, al is dit zeldzaam. De welpen zijn net na hun geboorte verrassend klein van proporties met een gemiddelde lengte van 30 - 35 cm en een daarbij behorende gewicht van een halve kilo. De moeder komt pas uit haar hol als ze er van verzekerd is dat haar welpjes sterk genoeg zijn om in de buitenwereld te overleven. Moeder en kinderen zullen dan gelijk aan een trektocht naar zee beginnen. Gedurende de eerste 2,5 jaar zal ze haar jong de kneepjes van het vak bijbrengen; dit houdt in het jagen, zwemmen, eten en het allerbelangrijkste, overleven op Antarctica.

 

 

Natuurlijke vijanden

De ijsbeer staat bovenaan de voedselketen. Dit wil dus zeggen dat zij weinig tot geen natuurlijke vijanden hebben. Jonge welpjes worden soms slachtoffer van wolven en andere carnivoren, maar de volwassen ijsbeer heeft weinig te vrezen van andere diersoorten, hooguit en in zeer uitzonderlijke gevallen wanneer hij verrast wordt door een Groenlandse haai.

 

Als je het echt over reële gevaarlijke vijanden moet hebben, dan is de ijsbeer feitelijk zijn eigen grootste vijand. Dit zijn enorm grote dieren. Vooral de mannetjes kunnen heel erg agressief zijn, zeker wanneer het tijd is om te paren. Gevechten tussen mannetjes kunnen soms dagenlang duren waarbij ze flinke verwondingen oplopen, veelal veroorzaakt door hun bijzonder scherpe tanden. Soms zijn de verwondingen zo ernstig dat ze er op den duur aan kunnen overlijden. Het verliezen van tanden tijdens gevechten heeft tot gevolg dat ze niet kunnen eten waardoor ze op een gegeven moment verhongeren.

 

Ook vrouwtjes ijsberen worden niet ontzien. Wanneer een vrouwtje zich verzet tegen een opdringerig mannetje kan deze ook heel agressief reageren. Dit leidt soms helaas tot wonden bij het vrouwtje.

 

Het grootste gevaar voor de ijsbeer is de mens. Dankzij de opwarming van de aarde raakt de ijsbeer zijn leefgebied langzaamaan kwijt. Daarnaast hebben ze ook te maken met de vervuiling van de natuur. Naast de opwarming en

 

 

Relatie tot de mens

Het ijs op de poolvlaktes en op Antarctica smelt, dat is helaas een gevolg van de opwarming van de aarde en is een gegeven feit. Hiermee verdwijnt langzaam maar zeker ook het leefgebied van veel zeedieren waaronder ook de ijsbeer. Dit heeft vanzelfsprekend ook gevolgen voor mensen en ijsberen omdat zij ongewild meer met elkaar in contact komen. Onderzoek heeft tevens uitgewezen dat er de laatste jaren meer aanvallen zijn geregistreerd tussen ijsberen en mensen, een zeer ongewenste gevolg van de verandering in de natuur.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© Ronald Woen

 

 

Vooral ijsberen die zich in de buurt bevinden van woongebieden, zoals bijvoorbeeld Churchill in Canada, kunnen voor veel overlast zorgen. IJsberen staan erom bekend dat ze naar voedsel zoeken in het afval. Om nare confrontaties te voorkomen zijn er projecten in het leven geroepen om de ijsberen te vangen en ze ver buiten de omgeving van de steden en dorpen te verplaatsen.

 

Ook worden ijsberen voorzien van een halsband die informatie verzamelt voor onderzoek. De huidige gps-halsbanden die door geleerden worden gebruikt gaan circa 14 maanden mee. Deze gps-halsbanden zijn water en sneeuwbestendig en staan in verbinding met satellieten. Ze verzenden dagelijks informatie over de ijsbeer, o.a. waar deze zich op bepaalde momenten bevindt. Ook wordt aanvullende informatie door de halsbanden verzameld voor een later tijdstip, wanneer deze weer worden teruggehaald door de geleerden. Informatie zoals het jacht gedrag van de ijsbeer, de grootte van hun leefgebied, de tijdsduur waarop een beer op het land verblijft wanneer er geen ijs ligt, de lengte van de afstanden die een ijsbeer aflegt en verder het tijdstip waarop een zwangere ijsbeer haar hol betreedt en deze na maanden weer met haar welpen verlaat wordt opgeslagen voor later onderzoek. De halsbanden worden dusdanig aangemeten dat de ijsbeer hem zelf af kan doen als hij er last van heeft. Ook worden de halsbanden ingesteld om op een bepaalde datum en tijdstip vanzelf los te gaan. Geleerden kunnen de halsbanden later tracken via een VHF-baken.

 

 

IUCN