1942 RAMP VAN DE NOVA SCOTIA

 

 

Op zaterdag 28 november 1942 om 09.00 uur werd een 6,760 ton stoomschip dat onderweg was van Massawa, Eritrea naar Durban, Zuid-Afrika, met 134 Britse en Zuid-Afrikaanse troepen, een aantal Britse vrouwen, een kind en 765 Italiaanse krijgsgevangenen aan boord door een Duitse U-boot naar de zeebodem getorpedeerd. De scheepskapitein was Thomas Goodyear.

 

Het schip bleek de RMS Novia Scotai te zijn, een stoomschip dat net als zoveel andere schepen in opdracht van de Britse regering werd gevorderd voor oorlogsdoeleinden en dan met name voor troepentransport.

 

 

RMS Novia Scotia

De RMS Novia Scotia was een 6,796 ton GRT UK Trans-Atlantische oceaanlijner en een Royal Mail Ship. Ze werd voor Furness, Withy &

 

Co gebouwd, een vooraanstaande Britse transport bedrijf, door Vickers, Sons & Maxim Ltd. Ze werd na elf maanden, in mei 1926, te water gelaten. Haar zusterschip was de RMS Newfoundland dat 11 maanden daarvoor in gebruik werd genomen. Een van haar meest bekende passagiers was Roald Dahl die op 17-jarige leeftijd met zijn klasgenoten op reis ging naar Newfoundland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© Riccardo Marchi

 

Getorpedeerd

De RMS Nova Scotia bevond zich in de Indische Oceaan en op circa 48 km vanaf de kust van St. Lucia, tussen Noord-Afrika en Durban, Zuid-Afrika, toen het getorpedeerd werd door een Duitse U-177 onderzeeër dat onder bevel stond van kapitein Robert Gysae. Het schip zou binnen 10 minuten zinken. Dit gebeurde zo snel dat het schip, hetzelfde als bij de USS Indianapolis, geen kans zag om een noodsignaal te versturen. Binnen no time lag de zee bezaaid met de bemanning en haar passagiers.

 

In het logboek van de U-117 staat geschreven dat er honderden drenkelingen in het water lagen. Sommigen hadden een plekje weten te bemachtigen op een vlot of in een rubberboot, anderen moesten het doen met een zwemvest. Kapitein Gysae probeerde nog te achterhalen welk boot hij had getorpedeerd, maar was erg ontdaan toen hij zag dat hij Duitse geallieerden had getorpedeerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kapitein Rober Gysae

 

 

Zichtbaar geëmotioneerd bood hij zijn excuses aan en beloofde dat er snel hulp zou komen. De paniekerige drenkelingen zwommen naar de onderzeeër toe en probeerden nog op de U-boot te klimmen, maar werden door de bemanning van de U-boot weer teruggeduwd. Gysae zou als uitzondering alleen maar twee Italianen aan boord nemen met het doel ze te kunnen verhoren, de rest moest hij noodgedwongen achterlaten. Daarmee was voor velen van hen hun lot bezegeld.

 

De reden waarom er geen drenkelingen geholpen mochten worden is omdat Groot Admiraal Karl Doenitz, hoofd van de Duitse zeemacht, dit verboden had. De reden hiervoor was omdat er eerder een onderzeeër bij een reddingspoging door geallieerd vliegtuigen was beschoten. Kapitein Gysae, zich bewust van zijn bevelen, stuurde in ieder geval wel een bericht naar Berlijn, naar de BdU (Befehlshaber der U-Boote - hoofdkantoor van de leiding van de U-boten).

 

De BdU vroeg Portugal om hulp en namen vervolgens contact op met kapitein de Buto, kapitein van een Portugees fregat, de Afonso de Albuquerque. Dit schip bevond zich op dat moment in Lourenco Marque, Mozambique.

 

 

De haaien

Ondertussen speelde zich een afschuwelijk schouwspel af op de plaats van de ramp. Honderden hongerige haaien kwamen ineens opdagen en begonnen de drenkelingen een voor een aan te vallen. De mensen die een plekje hadden weten te bemachtigen op een vlot of in een rubberboot hadden geluk, maar hun kameraden die in het water lagen hadden dat niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© dr drey + megs

 

Kapitein Goodyear vertelde later dat de Italiaanse krijgsgevangen die een vlot hadden weten te bemachtigen de andere drenkelingen doorlopend bij de vlotten vandaan wegduwden. Op een gegeven moment lukte het de kapitein om samen met een groepje mannen de Italianen van de vlotten af te duwen.

 

Ooggetuigenverklaringen vertellen verhalen van mannen die zich in het water bevonden die ineens hun armen in de lucht gooiden, gilden en onder het water verdween, een rode bloedvlek was het enige wat achterbleef. Het merendeel van de haaien verantwoordelijk voor de aanvallen waren witpunthaaien. Deze haaiensoort staat bekend om zijn agressieve karakter en dat ze vaak azen op drenkelingen. De witpunthaai wordt ook verantwoordelijk gehouden voor de vele doden van de USS Indianapolis.

 

Tegen de tijd dat de Afonso de Albuquerque  op weg ging was er al 14 uur verstreken. Zij bereikten pas de volgende ochtend rond 06.00 uur de rampplek omdat iemand ze de verkeerde coördinaten had doorgegeven. Inmiddels was rampgebied bezaaid met lijken. 143 drenkelingen konden worden gered. De bemanning vertelde achteraf dat de haaien fysiek moesten worden weggeslagen met knuppels.

 

Dagenlang na de ramp zouden er alles bij elkaar nog 120 lijken aanspoelen langs de stranden van Durban. De omgekomen Italianen werden allen begraven in een massagraf op de Hillary begraafplaats in Durban.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overlevenden van de HMS Nova Scotia  © Library & Archives Canada