DE WOBBEGONG

 

 

De wobbegong is een haai met een op zijn zachts gezegd nogal vreemde naam. De naam ‘wobbegong’ kent zijn oorsprong uit de taal van de inheemse bevolking van Australië, de Aboriginals. Het betekent heel simpel ‘ruige baard’, (in het Engels ‘bushy beard’). Wie de haai ziet zal toe moeten geven dat deze naam perfect past bij deze haaiensoort, want rondom de mond van de wobbegong heeft deze haai inderdaad wel iets weg van een ruige baard en dient dit als een perfecte dekmantel voor tijdens de jacht.

 

De wobbegong behoort tot de orde van de bakerhaaien, waarvan de walvishaai, de verpleegstershaai en de zebrahaai ook deel uitmaken. Helaas voor de wobbegong is zijn prachtige camouflage zo perfect dat mensen tijdens het zwemmen ze vaak niet kunnen zien en dan vervolgens per ongeluk bovenop ze gaan staan, wat weer kan leiden tot gemene bijtwonden aan voeten en kuiten.

 

De Griekse naam voor de wobbegong is Orectolobidae, waarbij het woordje orektos ‘uitgestrekt’ betekent en lobos ‘kwab’ betekent. Er zijn 12 soorten wobbegongs in totaal en ze leven voornamelijk liggend op de zandbodem in ondiep water bij riffen, baaien, grotten en rotsachtige bodems. In het Nederlands is de wobbegong ook bekend als de Bakerhaai.

 

 

Bouw

Er zijn dus 12 verschillende soorten wobbegongs, (helaas konden we geen vertaling van de namen vinden voor alle wobbogongs) te weten:

 

 

  •     de franjebakerhaai   (kan een lengte bereiken van 125 cm.)
  •     the Gulf wobbegong   (kan een lengte bereiken van 210 cm.)
  •     banded wobbegong   (kan een lengte bereiken van 300 cm.)
  •     the western wobbegong   (kan een lengte bereiken van 150 cm.)
  •     de Japanse Bakerhaai   (kan een lengte bereiken van 100 cm.)
  •     de sierlijke bakerhaai   (kan een lengte bereiken van 110 cm.)
  •     the Indonesian wobbegong
  •     the dwarf spotted wobbegong  (kan een lengte bereiken van 300 cm.)
  •     the network wobbegong
  •     the northern wobbegong
  •     the floral banded wobbegong  (kan een lengte bereiken van 80 cm.)
  •     schoenlappersbakerhaai   (kan een lengte bereiken van 92 cm.)

 

 

De wobbegong is, zoals eerder gezegd, perfect gecamoufleerd voor zijn omgeving. In het Engels wordt de haai ook een ‘carpet shark’ genoemd, oftewel een ‘tapijthaai’ vanwege het feit dat zijn geel, groen- en bruine huid veel weg heeft van een ge-patroneerd tapijt en hij hierdoor feilloos op kan gaan in zijn natuurlijke omgeving.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© Lakshmi Samitri

 

Dit is tevens een vrij brede en platte haai. Hij heeft twee voor de haai grote rugvinnen, beide redelijk ver naar achteren gesitueerd waarbij de eerste vin zich boven de bekken bevindt en de tweede vin vlak boven de aarsvin zit. De buikvinnen zijn redelijk groot, maar daarentegen is de staartvin weer aan de korte kant. De markeringen op de huid van de wobbegong zijn kenmerkend voor deze soort haaien.De wobbegong ademt middels de ‘buccale ademhaling’ wat wil zeggen dat de wangspieren van de haai het water naar binnen zuigt waarna het water weer weggefilterd wordt via de vijf kieuwenspleten.

 

De kwabben om de mond dienen niet alleen als aanvullende camouflage, maar ook als sensoren. Mede doordat de haai middels deze kwabben onzichtbaar is voor prooi kan de wobbegong door geruisloos stil te liggen, vissen in een hinderlaag lokken en ze snel vangen. De kaak van een wobbegong is groot en breed waardoor deze, ongelofelijk maar waar, in staat is om prooi te consumeren die bijna net zo groot is als de haai zelf.

 

De kaak en tanden van de wobbegong zijn scherp en puntig van vorm en bij voorbaat prima geschikt om vissen mee te doorboren waardoor ze deze beter vast kunnen houden. Ze hebben iets weg van de tanden van een slang. Alles bij elkaar is de wobbegong een formidabele jager met een prachtig gebit, maar de gevolgen voor onvermoede zwemmers die per ongeluk bovenop een wobbegong stappen zijn bepaald minder plezierig.

 

De wobbegong kan ook ‘wandelen’. Hij doet dit door zijn aarsvinnen te gebruiken waardoor het net lijkt alsof hij over de zandbodem wandelt. Soms willen ze zelfs uit kleine poeltjes water klimmen en naar een andere poelen overlopen. Dit kan allemaal zonder probleem zolang hun kieuwen maar nat zijn.

 

 

Leefomgeving

De wobbegong leeft in de Grote oceaan en vermoedelijk in de Zuid Chinese Zee aan de kust, tussen de riffen en in ondiep water. Zo kun je hem vinden langs de kusten van Queensland, het noordelijke gedeelte van Western Australië, Nieuw Zuid Wales, Zuid Australië, Indonesië en Japan. Ze leven in water dat gemiddeld 50 meter diep is, maar zijn soms ook te vinden in diepere wateren, te weten 220 meter diep.

 

 

Voedsel

De wobbegong is bepaald geen druk baasje, hij is zelfs redelijk lui en ligt liever stil op de zandbodem, geduldig wachtend op zijn volgende maaltijd. Deze ‘maaltijden’ zijn zich gelukkig nergens van bewust dankzij de wobbegongs geweldige camouflage. De sprieten die zich rondom de wobbegongs hoofd bevinden lijken op de takken van een stukje koraal en zwaaien zachtjes mee in het water. Hierdoor is een prooi zich nergens van bewust en zal de hongerige wobbegong ineens toeslaan.

 

Zich nergens van bewust zwemt de vis alsmaar dichter naar de mond van de haai toe die het dan vervolgens met een snelle beweging vastpakt met zijn vlijmscherpe tanden om het vervolgens naar binnen te werken. Gelukkig dan maar dat de wobbegong zo’n trage spijsvertering heeft en hierdoor weinig voedsel nodig heeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© Silke Baron

 

De wobbegong heeft net als veel andere haaiensoorten een gevarieerd dieet. Hij eet o.a. graag kleine haaien, vissen, kreeften, krabben, octopus, en vissoorten die zich vlak bij de zandbodem bevinden. Als de prooi te groot is houdt de wobbegong deze net zo lang tussen zijn sterke kaken vast totdat het sterft. Hij zal het daarna stukje bij beetje naar binnen werken. Wobbegongs eten voornamelijk ’s nachts.

 

 

Voortplanting

Wobbegongs baren levend jong, ovoviviparity. Hierbij rijpen de eieren in de baarmoeder van de haai en komen de babyhaaien vlak voor de geboorte uit de eieren om vervolgens levend geboren te worden.

 

De pasgeboren babyhaaien hebben een gemiddelde lengte van 20 cm. De grootte van een nest is geheel afhankelijk van de grootte van de vrouwtjes wobbegong en kan variëren tussen 9-53 pasgeborenen. Een zwangerschap duurt gemiddeld 11 maanden, maar hierbij geldt dat de wobbegongs hooguit eens in de drie jaar een nest krijgen. Het paren geschiedt zoals bij alle andere haaiensoorten, het mannetje bijt zich vast in de vin van het vrouwtje en steekt een van zijn klaspers in de cloaca van het vrouwtje. Om parende haaien te zien, zie de grijzerifhaai.

 

 

Relatie tot de mens

De wobbegong is absoluut niet gevaarlijk voor de mens, hij zal hooguit bijten als hij zich bedreigt voelt of als je per ongeluk bovenop hem stapt. De bijtwonden kunnen behoorlijk pijnlijk zijn en nog vervelender wordt het pas als de haai niet meer loslaat. Ja, ook dat kan gebeuren. Overigens, de wobbegong kan ook in gevangenschap worden gehouden, maar zeg nu zelf, het is toch veel leuker om zo’n prachtige haai in zijn eigen natuurlijke omgeving te laten leven, of niet soms?

 

De wobbegong wordt vooralsnog niet bedreigd al wordt zijn vlees wel genuttigd in Australié bij hun befaamde fish and chips. Ook de huid van de wobbegong is bruikbaar en wordt er leer van gemaakt.

 

 

IUCN

 

 

 

 

 

KOPAFBEELDING © SYLKE ROHRLACH